Vfc.
2
Punt 2.
De Voorzitter deelt mede:
A. dat Gedeputeerde Staten van Friesland hebben goed
gekeurd
1. het raadsbesluit van 3 april 1957 tot het aangaan
van een overeenkomst met het waterschap „Het
Huizumer- en Goutumer Nieuwland", alhier;
2. het raadsbesluit van 24 april 1957 tot het aankopen
van grond in Wirdum van de Nederlands Hervorm
de Kerk en de Pastorie van de Nederlands Her
vormde Kerk aldaar;
3. de raadsbesluiten van 15 mei 1957
a. tot het verhuren van grond als volkstuin aan de
Vereniging van Volkstuinders te Huizum;
b. tot het afstaan in erfpacht van een perceel bouw
terrein, gelegen aan de Murkstraat, aan de N.V.
Bouwfonds Nederlandse Gemeenten te Assen;
c. tot het afstaan in erfpacht van een perceel bouw
terrein, gelegen aan de westzijde van de Schie-
ringerweg, aan Tj. de Boer te Bolsward;
d. tot het aankopen van de percelen Blekerstraat
nos. 8 en 15, van H. Werkhoven, resp. D. van
der Heide, beiden alhier;
4. de raadsbesluiten van 5 juni 1957
a. tot het verhuren van een terrein, gelegen aan
de Greunsweg, aan het Bouw- en Montagebedrijf
„Firma Massolt", alhier;
b. tot het verkopen van een strook water en grond,
gelegen ten zuiden van de Eestraat aan de noor
delijke stadsgracht, aan de erven G. du Bois;
c. tot het aangaan van een overeenkomst (dading)
in zake het tussen de gemeente en drs. K. Swier-
stra, alhier, aanhangige geding omtrent het
perceel Julianalaan no. 9;
d. tot het aankopen van de percelen Blekerstraat
no. 66 en Dekamastraat nos. 27 en 33, van G. W.
Stienstra, resp. mw. H. Wesbonk-Tamminga,
beiden alhier;
e. tot het bekrachtigen van de aankoop van het
perceel Eebuurt no. 8;
f. tot het garanderen van de betaling van rente
en aflossing van een door de Stichting Alge
mene Spaarbank van de Verbruikscoöperaties te
's Gravenhage te verstrekken geldlening, groot
f26.800,aan K. Rozema, alhier;
5. de raadsbesluiten van 26 juni 1957
a. tot het garanderen van de betaling van rente
en aflossing van een door de Rijkspostspaarbank
te Amsterdam te verstrekken geldlening, groot
f750.000,aan de Vereniging „Het Diakones-
senhuis", alhier;
b. om B. en W. te machtigen gedurende het 2e
halfjaar van 1957 tijdelijke kasgeldleningen te
sluiten tot een gezamenlijk bedrag van ten hoog
ste f 19.500.000,—
Voor kennisgeving aangenomen.
B. dat bij Koninklijk besluit van 21 juni 1957, no. 10,
is goedgekeurd het raadsbesluit van 13 maart 1957,
tot het vaststellen van een verordening tot het heffen
van rechten voor het aanvoeren van vee op de vee
markt, voor het gebruik van de op de veemarkt ge
plaatste weegtoestellen en van de omroepinstallatie.
Voor kennisgeving aangenomen.
C. dat zijn ingekomen
1. rapporten omtrent kasopneming en controle van de
administratie van het grondbedrijf, de gemeente
reiniging, de energiebedrijven en het openbaar
slachthuis, omtrent controle van de voorschotkas
en de legesadministratie van de afdeling expeditie
en drukkerij ter gemeentesecretarie, omtrent con
trole van de leges- en voorschotkas en de kleding-
administratie van de politie en de brandweer, als
mede omtrent kasopneming van de kostwinners
vergoedingen
2. bericht van verhindering van de heer Schootstra.
Voor kennisgeving aangenomen.
Puilt 3.
Benoemd worden de heer De Vries, met 32 stemmen
en de heren Van der Meer en Wiersma, elk met 29
stemmen (de heren Van der Heijde, K. de Jong en
W. M. de Jong elk 1 stem; 1 bilj. voor 1 vacature
en 1 bilj. voor alle vacatures blanco).
Fuut 4 (bijl. no. 177).
De voordracht van B. en W. luidt als volgt:
mej. G. Steensma, alhier.
Benoemd wordt de voorgedragene, met alg. stemmen
Punt 5 (bijl. no. 176).
Het eerste gedeelte van dit voorstel betreffende de
overplaatsing wordt z.h.st. aangenomen.
De voordrachten van B. en W. luiden als volgt:
vacature gemeentelijke kleuterschool no. 1:
1. mej. G. A. IJpes, alhier;
2. mej. A. E. Koopal, alhier;
3. mej. A. Mintjes, alhier.
vacature gemeentelijke kleuterschool no. 5:
1. mej. A. E. Koopal, alhier;
2. mej. G. A. IJpes, alhier;
3. mej. A. Mintjes, alhier.
Benoemd worden de voorgedragenen, met alg. stem
men.
De heren J. de Jong en Kamstra vormden het stem
bureau.
Punt 6 (bijl. no. 174).
De Voorzitter deelt mede, dat de reden, waarom dit
voorstel werd gedaan, in een ander licht is komen te
staan, als gevolg van de omstandigheid, dat nog een
leerkracht van dezelfde school met enige waarschijn
lijkheid wordt overgeplaatst naar een andere school
in de gemeente, n.l. een u.l.o.-school. Dit voorstel moet
dus anders worden bekeken, zodat spr. de vrijheid
neemt, het van de agenda af te voeren. Desnoods kan
het er een andere keer weer op gebracht worden, als
de omstandigheden er dan toe leiden.
Dienovereenkomstig wordt besloten.
Punt 7 (bijl. no. 175).
De hear Santema hat in lytse opmerking. Yn dit
ütstel wurdt praet oer „gemeenteschool 16" en neffens
de meidieling, dy't de rie krige hat oer de namme-
jowing fan de skoallen, sil gemeenteskoalle 16
„Coornhert-school" neamd wurde. Soe it net winsklik
wêze, dat tonei by in punt as dit de namme fan 'e
skoalle ek efkes formeld wurdt?
De Foarsitter moat, as wethalder fan Underwiis,
antwurdzje op dizze opmerking fan syn achte meilid,
dat hy mient to witten, dat dy nammeforoaring yn de
administraesje op 1 augustus yngiet en dat dit ek mei-
dield is. Nou giet de tiid tsjintwurdich wol hurd, mar
it duorret noch wol efkes, foardat it 1 augustus is.
B. en W. wolle graech mei de winsk fan de hear San
tema rekken halde, mar hwat hy winsket, leit, lyk as
bikend is, ek yn 'e bidoeling.
Z.h.st. wordt besloten overeenkomstig het voorstei
van B. en W.
Punten 8 t.e.m. 17 (bijl. nos. 160, 181, 162, 167, 166,
161, 172, 182, 163 en 164).
Z.h.st. wordt besloten overeenkomstig de voorstellen
van B. en W.
Punt 18 (bijl. no. 165).
De Voorzitter deelt mede, dat de formulering van
3
dit voorstel een kleine rectificatie behoeft. Men gelieve
te lezen in de 5e regel van onderen in plaats van de
woorden „ter visie gelegd" het zelfstandige naamwoord
..ter visielegging".
Z.h.st. wordt besloten overeenkomstig het voorstel
van B. en W.
Punt 19 (bijl. no. 179).
Z.h.st. wordt besloten overeenkomstig het voorstel
van B. en W.
Punt 20 (bijl. no. 180).
De Voorzitter zegt, dat ook dit voorstel een rectifi
catie behoeft. In de 9e regel van onderen is het woordje
„niet" uitgevallen. De zinsnede: „Bouwaanvragen, wel
ke met dit plan in strijd zijn," moet luiden: „Bouwaan
vragen, welke niet met dit plan in strijd zijn,".
Z.h.st. wordt besloten overeenkomstig het aldus ge
wijzigde vooi'stel van B. en W.
Punt 21 (bijl. no. 178).
Z.h.st. wordt besloten overeenkomstig het voorstel
van B. en W.
Punt 22 (bijl. no. 184).
De heer Kamstra zegt, dat B. en W. zullen begrijpen,
dat hij c.s. niet bijzonder enthousiast waren over dit
afwijzende voorstel. De betegeling van het schoolplein
is al eens eerder in de raad geweest. Spr. weet, dat
het oorspronkelijke schoolplein later met een betegeld
stukje is uitgebreid, maar er bleef nog een gedeelte
van 6 bij 12 m over. Het schoolbestuur vraagt nu, ook
dit te betegelen, maar B. en W. stellen voor, daar niet
aan te voldoen. Men wijst op de bestaande jurispruden-
I tie, waaruit blijkt, dat een oppervlakte speelruimte van
2 -2% m- per leerling voldoende is. Spr. vraagt zich
I echter af, of het juist is, niet een streepje verder te
I gaan. De aangegeven maten houden toch niet in, dat
I dit de maximum oppervlakte is, die per leerling mag
I worden benut. Er zullen wel scholen zijn, die een klei-
I ner schoolplein hebben dan deze school in Wytgaard,
I maar er zullen er ook wel met een groter zijn. Spr.
I gelooft, dat het haast niet mogelijk is om precies aan
I de voorgeschreven maten te voldoen. Dan zou men
I eerst de koppen moeten tellen en dan de ellestok nemen.
I De kinderen van deze school mogen overigens, met het
I oog op het drukke verkeer, beslist niet buiten het
j schoolplein komen. Het college verwijst naar wat het
schoolbestuur zegt over het sportveld. Dit zou niet
I deugen voor gymnastieklessen, omdat het te drassig
I is. Dat zal in de natte zomer van 1956 wel het
I geval geweest zijn, zo merken B. en W. op, maar zij
I achten dit een buitengewone toestand. Spr. meent
I echter, dat er nu sprake is van een langdurige droogte
I en dan is zelfs de bodem van een sloot wel een ge-
I schikte speelplaats. Hij gelooft, dat dit sportterrein
I haast te allen tijde drassig is.
Hij zou graag willen, dat de raad er anders over
I denkt dan B. en W. Als het laatste stukje nog be-
I tegeld kan worden, is de school in Wytgaard klaar met
I haar plein en kan men er doen wat men graag wil.
De Voorzitter wil als wethouder van Onderwijs wel
I een kort woord tot antwoord spreken. Hij moet op-
I merken, dat de heer Kamstra heeft gesproken, alsof
hij de indruk had, dat in dit voorstel het verzoek van
I het schoolbestuur wordt afgewezen. Het is echter niet
I een voorstel om het verzoek af te wijzen, maar om het
I verzoek niet-ontvankelijk te verklaren. Dat wil echter
I niet zeggen, dat spr. over de merites er van aanstonds
I niet het een of ander zal opmerken.
Het voorstel om het verzoek niet-ontvankelijk te
I verklaren berust op deze eenvoudige redenering, dat
I de raad in 1949 medewerking heeft verleend (tot be-
I tegeling van een gedeelte grond van het schoolplein),
I daarbij de verwachting uitsprekende, dat B. en W., die
I geroepen zijn om die medewerking zelfstandig te rea-
I iferen, in de geest van het verzoek zouden doen.
I En dat is gebeurd. B. en W. hebben toen, in volledige
overeenstemming met het Rijksschooltoezicht, welks
stem in deze zaken, zoals de raad weet, zwaar weegt,
de betegeling van het schoolplein uitgebreid met, naar
spr. meent, 110 m-, zodat een betegeling ter grootte
van 116 -1- 110 m- 226 m- bereikt werd. Dat is, zelfs
ruim, de oppervlakte van 4 grote schoollokalen, want
een normaal schoollokaal heeft de afmetingen van 7
bij 7 m. Er wordt hier geen verdere betegeling van het
plein verzocht als spr. het wel heeft om het be
tegelde gedeelte van het speelterrein te vergroten, maar
hier wordt een beroep gedaan op de eisen, die het vak
lichamelijke oefening stelt aan zijn beoefenaren. Nu is
het aantal leerlingen gedaald en een eenvoudige bere
kening leert, dat een gymnastiekles ten hoogste wordt
gevolgd door 15 a 16 leerlingen tegelijk, omdat de
kleintjes niet dagelijks met de groten gymnastiek heb
ben en de jongens in de regel niet met de meisjes. Spr.
mag wel zeggen, dat dit tot de hoge uitzonderingen
behoort, zodat de beperkte ruimte van dit schoolplein
voor dit kleine aantal kinderen ruimschoots voldoende
is. Nu is een goede regel in het administratieve recht,
die spr. eens heeft opgevangen en met zijn zeer be
perkte kennis van het Latijn tocli behoorlijk kan thuis
brengen „ne bis in idem". D.w.z., dat men niet twee
maal over eenzelfde zaak een besluit neemt en spr. her
haalt, dat dit dezelfde zaak is, die een vorige keer aan
de orde was. Het voorstel is gelijkluidend aan het vo
rige. De raad heeft medewerking verleend, B. en W.
hebben die medewerking op een met de eisen overeen
stemmende manier uitgevoerd. Nadat dit is geschied,
hebben zich geen nieuwe feiten voorgedaan. Het enige
nieuwe feit is dit, dat het aantal leerlingen thans klei
ner is dan toen. Dat is dus de reden, dat B. en W.
geen andere weg open stond dan de raad in overweging
te geven te besluiten het verzoek niet-ontvankelijk te
verklaren.
Ziehier de redenering, die B. en W. gevolgd hebben;
het komt spr. voor, dat die niet al te zwak is.
Z.h.st. wordt besloten overeenkomstig het voorstel
van B. en W.
Punten 23, 24 en 25 (bijl. nos. 183, 170 en 169).
Z.h.st. wordt besloten overeenkomstig de voorstellen
van B. en W.
Punt 26 (bijl. no. 171).
De heer Slaterus zegt, dat het tegenwoordig voor de
lagere publiekrechtelijke lichamen ontzettend moeilijk
is om geld op lange termijn aan te trekken en het
verheugt hem dan ook, dat B. en W. er in geslaagd
zijn om dit contract af te sluiten.
In verband met de ministeriële circulaire, die dezer
dagen is verschenen i.z. de woningbouw, waarbij wordt
aangegeven, dat in de toekomst woningbouw alleen
wordt goedgekeurd, indien de daarvoor benodigde gel
den op lange termijn beschikbaar zijn, zou spr. willen
vragen, of het voorzichtigheidshalve ook gewenst is
aan dit besluit de woorden „ten behoeve van de woning
bouw" toe te voegen.
Verder zou spr. willen vragen, of het college in ver
band met de circulaire, die spr. zoëven noemde, ook
bereid zou zijn aan te geven welke gevolgen deze be
schikking van Den Haag voor de woningbouw in Leeu
warden zou kunnen hebben. Spr. weet wel, dat Leeu
warden ook zijn aandeel krijgt in de leningen van de
institutionele beleggers, maar, gezien de behoefte, is
dit aandeel maar een zeer klein bedrag, waarvan boven
dien 50 moet worden aangewend voor aflossing van
kort lopende schuld.
De raad heeft in zijn laatste vergaderingen verschil
lende besluiten genomen i.z. woningbouw en daarom
zou spr. graag willen horen, hoe B. en W. de toekomst
in dezen zien.
De heer Tiekstra (weth.zegt, dat het niet zo ver
wonderlijk is, dat deze zaak, die voor de gemeente toch
wel hoogst belangrijk is, ook in deze raad even de aan
dacht krijgt.
De aangelegenheid, waarover de heer Slaterus heeft
gesproken, is op zichzelf een zeer ernstige, maar spr.
behoeft daar niet lang en breed over uit te weiden.